Accepteer cookies om deze inhoud in te laden.

III.

Ik slaap tegenwoordig beter dan ooit.
Elke nacht.
Daar dank ik mijn moeder voor.
Zij heeft het me aangeraden.
Toen niemand me precies kon vertellen wat er mis met me was, toen de hulpmiddelen het alleen maar erger maakten, ging zij het internet op.
En het was op het internet waar ze de steen ontdekte.
Zo zijn mijn onderzoek, mijn symposia, mijn Stichting van start gegaan.
Zo ontstond ik.

Bedankt, mam.

Als ik slaap, droom ik vaak dat ik weer haar kind ben.
Ik zit altijd aan de keukentafel, zij staat altijd aan het aanrecht.
Haar rug naar mij toe.
Ze strooit iets over het ontbijt dat ik voorgeschoteld krijg.

Kijk, ik zou nooit een genie worden.
Die potentie had ik niet.

Maar er zijn wel degelijk kinderen met dat potentieel.
Om hen maak ik me zorgen.
Ik zie ze als ik in de bus zit, kom ze tegen als ik mijn boodschappen doe.

Ik zie hun nek over hun schermen gekanteld.
Ik zie hun vingers vegen en scrollen over apparaten, die draaien op die paar neutronen en protonen uit de woestijn.
Ik zie hun levenskracht oplossen in een wereld vol afbeeldingen, die alsmaar meer eist, meer vegen en scrollen.
Die wereld wordt alleen maar groter en dichter.
Die vertraagt nooit.

Het is niet hun eigen schuld.
Die kinderen zijn oké.
Het is een crisis van ons milieu.
Jouw kind had een genie kunnen zijn.
Je kind zou nog steeds een genie kunnen worden, als je weet hoe je nu moet handelen.
Want iedere dag trekt deze omgeving iets uit hen dat niet meer aangevuld wordt.
Stel je eens voor wat zij allemaal niet meer worden.

We zijn namelijk meer dan individuele vrouwen, mannen, families.
Wij zijn een maatschappij.
Een soort. Een levensstijl.
Stel je dus voor wat wij allemaal niet meer worden, wij samen, als jouw kinderen niet meer worden wat ze hadden kunnen worden.
Stel je deze omgekeerde evolutie eens voor.

In mijn droom brengt mijn moeder mijn ontbijt en als ik in de kom kijk weet ik, op de een of andere manier, dat ik binnenkort uit mijn lijden verlost zal zijn.
Ik kijk in de kom en ik zie de hele penibele situatie waarin we ons bevinden voor me uitgelegd.

Ik zie de geautomatiseerde boerderijen in de Amerikaanse Great Plains.
Ik zie de industriële laboratoria in New Jersey.
De beursvloeren in Chicago.
Ik zie de bankiers van Londen en de private-equity-firma’s in Shenzhen.
Ik zie hoe deze plekken samenvallen en samenspannen, bewust of volgens een vooropgezet plan.
Ik zie een wereld die erop ingericht is om ons leeg te zuigen van alles wat essentieel voor ons is.

In mijn kom zie ik ook de mijnen en de verdampingsbekkens. Hoeveel er nog gebouwd moeten worden.
Hoe de planeet een eindeloze voorraad bezit van wat wij missen.
Hoe stukjes van deze buitengewone steen verspreid zijn over de woestijnen, in elke druppel van de oceaan, wachtend op iemand met de wilskracht om ze te concentreren.

Het ontbreekt niet in het universum.
Het ontbreekt simpelweg in ons leven.

Het is een kwestie van concentreren.
Ik bedoel dit letterlijk.
Het probleem is entropie - entropie en de wilskracht om ertegenin te gaan.
De neiging om iets samen te brengen dat continu vervliegt.

Op een bepaald punt, voordat alles verkeerd liep, toen er nog geen vroeger was, kwam alles samen.
Niets was van het ander te onderscheiden.
Alles was intiem.
Alles raakte alles.
Niets miste.

Een prachtige gedachte.

En toen ontstond de universele breuk.
Alle elementen raakten verspreid.
Afstand werd uitgevonden.
Verlangen werd uitgevonden.
Ons door crises geteisterde bestaan werd uitgevonden.
Gemis werd uitgevonden.

Nu is ons probleem, hoe we alles weer bij elkaar krijgen.
Hoe we entropie omkeren.
Dat is een kwestie van concentratie.

Sommige delen zijn al geconcentreerd.
Die kun je over hun eten strooien.
Het vervangt hun gemis.
Het lijkt op zout. Het smaakt nergens naar.
Je kunt ze helpen.
Zoals mijn moeder mij hielp.

V.

In mijn droom kijk ik op van mijn ontbijt en zie ik hoe de keuken plaats heeft gemaakt voor de sterrenhemel die de Atacama overspant.
Ik ben in de woestijn waar astronomen van over de hele wereld samenkomen om de sterren te bekijken door hun telescopen.
Wat zien zij aan de randen van het zichtbare?
Valt alles uiteen, of komt alles opnieuw bij elkaar?

In de stille woestijn, hoor ik de zouten tot korst vormen, samenkrimpen.
Het is het geluid van concentratie.
Het is het geluid van de omgekeerde dissipatie.
Het is het geluid van ‘normaal’ dat zich opnieuw met ‘natuurlijk’ verstrengelt.
Het geluid brengt me terug naar vroeger.

Het is het geluid van deze buitengewone steen.

Marina Otero Verzier, Anastasia Kubrak
David Habets, Cameron Hu, Stefan Schäfer
Ina Hollmann
Katrin Bombe
Austin Redman